profiel_aiii_a

Alouette III

De Alouette III helikopter is net als de Alouette II een lichte transporthelikopter en eveneens een product van de Franse vliegtuigfabriek Sud Aviation. Dit toestel biedt plaats aan zeven personen, inclusief bemanning, en is uitgerust met een gasturbinemotor van 880 pk. De besturing is hydraulisch bekrachtigd met uitzondering van het voetstuur. Het onderstel bestaat uit drie wielen, die alle voorzien zijn van een schokbreker

Op enkele kisten na heeft de Koninklijke Luchtmacht (KLu) haar Alouette 3’s buiten dienst gesteld. Het zal echter nog wel een tijdje duren voordat de Leeuwerik geheel uit het Nederlandse luchtruim is verdwenen. Hoewel de KLu de Alouette nog sporadisch inzet voor met name VIP-vluchten, Máxima rondtuffen bijvoorbeeld, maken zeven andere Westeuropese strijdmachten nog intensief gebruik van de populaire helikopter.

Geschiedenis Alouette III

Inleiding

Eind jaren vijftig werd door Sud Aviation in Frankrijk uit de succesvolle vijfpersoons SE 3130 Alouette 2 een groter, zevenpersoons toestel ontwikkeld. Het prototype van deze SE 3160 Alouette 3 vloog voor het eerst op 28 februari 1959..

Productie

De serieproductie van de Alouette 3 begon in 1961 en heeft uiteindelijk meer dan 25 jaar geduurd. De Alouette 3 is in twee hoofdversies gebouwd: de SE 3160 (nieuwere exemplaren kregen de aanduiding SA 316B) die wordt aangedreven door een Turboméca Artouste 3B gasturbine en de latere SA 319B, die is voorzien van een sterkere motor van het type Astazou 14 van dezelfde fabrikant. Behalve in Frankrijk werd de Alouette 3 ook in een aantal andere landen geassembleerd, waaronder Nederland. Het toestel werd verder in licentie gebouwd in India (door HAL, onder de naam Chetak), Roemenië (IAR) en Zwitserland (F+W Emmen). De twee eerstgenoemde fabrikanten hebben tot ver in de jaren tachtig honderden SA 316B’s gebouwd, niet alleen voor gebruik in eigen land, maar ook voor buitenlandse klanten. Opvallend is daarbij de levering door HAL in 1984/1985. Van acht toestellen aan de Sovjet-Unie, naar verluidt voor gebruik door de Russische marine luchtvaartdienst. In totaal kwamen er wereldwijd bijna 2000 Alouette 3’s van de productielijn, voor zowel militaire als civiele gebruikers in maar liefst 74 verschillende landen. Momenteel vliegen er nog ongeveer duizend bij zo’n veertig luchtmachten over de hele wereld, naast vele honderden civiele toestellen. De Alouette 3 kan worden ingezet voor een wijd scala aan militaire taken, variërend van het uitvoeren van lichte transport-, verbindings- of traningsvluchten tot SAR, VIP-vervoer of onderzeebootbestrijding.

Nederland

Binnen Europa was Nederland één van de grootste gebruikers van de Alouette 3 met een totaal van 77. Hiervan werden er 72 aangeschaft door de Koninklijke Landmacht (KL), die ze indeelde bij de Groep Lichte Vliegtuigen (GpLV). Bij de KL verving de Alouette de Hiller OH-23B/C, die in 1965 buiten dienst werd gesteld. De GpLV werd op 1 januari 1993 ongedoopt in Groep Helikopters (GpH) en formeel ondergebracht bij de KLu. Deze naam was echter geen lang leven bespaard; ongeveer een jaar werd GpH weer omgedoopt tot Tactische Helikoptergroep (THg). In de prakrijk viel van deze naamsveranderingen echter weinig te merken, want ook gedurende de “landmachtperiode” werden de heli’s al gevlogen en onderhouden door luchtmachtpersoneel. De resterende vijf toestellen werden destijds door de Luchtmacht gekocht voor de Search and Rescue (SAR) vlucht, waar ze in 1966 zeven toen nog in gebruik zijn de Alouete 2’s vervingen.

De Alouettes uit de eerste order van vijftig stuks kwamen rechtstreeks uit de fabrieken van Sud Aviation in Frankrijk. Ze werden afgeleverd tussen juli 1964 en december 1966. Een tweede serie van 27 toestellen werd in Nederland geassembleerd bij NV Lichtwerk in Hoogeveen, tegenwoordig Fokker Hoogeveen. De KLu ontving deze heli’s tussen oktober 1967 en juli 1969. Door de jaren heen is de éénmotorige Alouette 3 een zeer veilig toestel gebleken. Gedurende de afgelopen achtendertig jaar werden, ondanks intensief gebruik, slechts tien kisten ten gevolge van een ongeval afgeschreven. Opvallend genoeg werden de Nederlandse Alouettes tegen het eind van hun operationele carrière meer dan ooit buiten de grens ingezet. Een actieve deelname van Nederland aan EG- en VN-operaties heeft er de afgelopen jaren toe geleid dat een dozijn Alouettes geheel of gedeeltelijk wit werd gespoten. In het kader van deze operaties voerden de heli’s transport- en verbindingsvluchten uit in noord-Irak, het voormalig Joegoslavië en Cambodja.

Vervanging

Begin 1994 werd begonnen met de vervanging van de Alouette, toen de SAR-vlucht op de vliegbasis Leeuwarden haar eerste Agusta AB-412SP in ontvangst nam. Vanaf 18 maart 1994 heeft dit nieuwe type de taken van de vier overgebleven, inmiddels 28 jaar oude, SAR-Alouettes overgenomen. Eén van de karakteristieke, van dayglow-vlakken en opblaasbare drijvers voorziene, SAR-Alouettes (de H-20) werd in december 1993 al toegevoegd aan de collectie van het Militaire Luchtvaart Museum in Soesterberg, terwijl de overige drie al ter verkoop werden aangeboden. De vervanging van de destijds aangeduide GpH-Alouettes liet nog iets langer op zich wachten. Met de aflevering van de eerst Chinooks werd namelijk pas in de tweede helft van 1995 begonnen, de AS-532.U2 Cougar Mk 2’s kwamen vanaf eind 1996 en de AH-64D Apaches zijn nog niet zo lang operationeel.

De uitfasering van de Alouette had als betreurenswaardige bijkomstigheid dat veel airshows in binnen- en buitenland het vanaf augustus 1995 moesten stellen zonder de Grasshoppers. Het was voor de KLu namelijk niet haalbaar om het demonstratieteam in zijn huidige vorm te handhaven met grotere helikopters, waarvan er bovendien minder beschikbaar zijn.

Europa

Niet alleen in Nederland werd intensief gevlogen met de Alouette 3, ook in andere landen in West-Europa was dat het geval. Het ligt voor de hand dat Frankrijk als producerend land binnen Europa de grootste militaire gebruiker van de Alouette was. Verder was Portugal, met een totaal van 142 exemplaren, een belangrijke afnemer. Tijdens de oorlog in de Portugese koloniën in Afrika ging echter een deel van de toestellen verloren en na de Portugese revolutie in april 1974 zijn voorts grote hoeveelheden Alouettes geschonken aan Angola en Mozambique. Tevens werd een flink aantal verkocht op de civiele markt.

Zwitserland bestelde in 1964 aanvankelijk negen Alouette 3’s, al snel gevolgd door een tweede order voor vijftien stuks. In eigen land werden er daarna nog zestig gebouwd. Buurland Oostenrijk bestelde er 26, enkele jaren geleden aangevuld met twee van de Jordaanse luchtmacht overgenomen SA 316’s. Tot de kleinere Europese gebruikers behoort onder meer de Ierse luchtmacht met acht kisten, die vanaf 1963 werden aangeschaft. De marine luchtvaartdienst van Griekenland ontving in 1975 vier SA 319B’s, die in 1993 zouden zijn aangevuld met een drietal extra toestellen. Verder beschikt de luchtmacht van Tsjaad over twee (ex-Nederlandse) Alouette 3 toestellen, voor de bestrijding van stropers. Ook de Maltese luchtmacht beschikt over Alouette 3’s, waaronder ook twee ex-Nederlandse. Twee NAVO-lidstaten die hun Alouette 3’s inmiddels buiten gebruik hebben gesteld zijn Denemarken en Spanje. Beide landen beschikten over acht van deze helikopters.

Opvolger

De Alouette heeft ervoor gezorgd dat La France haar naam als helikopter-producerend land snel had gevestigd. Tegenwoordig is Aérospatiale (het lucht- en ruimtevaartconcern waarvan de Sud fabrieken later deel gingen uitmaken) onderdeel van Eurocopter: één van ’s werelds grootste helikopter-producenten. Aérospatiale bracht eind jaren zeventigde Ecureuil op de markt, bedoeld als opvolger van de Alouette 3. Gezien de succesvolle verkoop van dit type, het productieaantal van de Alouette-serie zal waarschijnlijk worden overtroffen, lijkt dit doel geslaagd, hoewel het aantal Ecureuils dat is verkocht voor militair gebruik aanzienlijk lager ligt dan bij z’n voorganger.

Het zal vermoedelijk nog tot ver in deze eeuw duren alvorens ergens in de wereld de allerlaatste Alouette 3 de operationele dienst zal verlaten. Dat heeft het toestel niet in de laatste plaats te danken aan z’n vliegeigenschappen, eenvoudig en robuust ontwerp en betrouwbaarheid. Eigenschappen, die het toestel enorm populair hebben gemaakt onder diegenen die ermee werken.

Gebruikers Alouette 3

De gebruikers van de Alouette 3 waren/zijn, in willekeurige volgorde en voor zover bij mij bekend: Nederland, Frankrijk, Portugal, Angola, Mozambique, Zwitserland, Oostenrijk, Jordanië, Ierland, Griekenland, Tsjaad, Malta, Denemarken en Spanje.

Technische gegevens Alouette III

Motor(en): Turboméca Artouste II IB van 880 pk
Lengte: 10,03 m.
Hoogte: 3,09 m.
Snelheid: max. 210 km/u.
Kruissnelheid: 190 km/u.
Vliegbereik: ca 560 km.
Passagiers: max. zes.

Herkenningskenmerken Alouette III

Vleugel: Hooggemonteerde driebladige rotor.
Kielvlak: Knik in de romp naar staartboom.
Stabilo: Rechthoekig aan beide zijden op 3/4 van de staartboom.
Romp: Doosvormig maar met ronde hoeken, staartboom ontspringt uit het midden van de romp en staat omhoog.
Motor(en): Eén turbinemotor achter de rotoras.
Landingsgestel: Wiel.

Reacties zijn gesloten.