profiel_f14a

F-14 TOMCAT

Deze keer in Profiel één van mijn persoonlijke favorieten, namelijk de Grumman F-14 Tomcat! Het toestel van de U.S. Navy wordt in de vliegerswereld beschouwd als dè sterkste tegenstander vanwege onder meer zijn zware bewapening. Ook werd de Tomcat ontzettend populair door de (in 1986 uitgebrachte) film “Top Gun” met Tom Cruise en (een knappe) Kelly McGillis.

Geschiedenis F-14 Tomcat


(Foto: F14B, 163224/AA-201 op Brustem, 8 september 1996 Door Peter Lammertink)

Ongeveer tegelijkertijd met de ontwikkeling van de F-15 Eagle, werd destijds ook een aanvang gemaakt met de F-14 Tomcat. De realisatie van de Tomcat kwam echter via een omweg tot stand. Aanvankelijk zou een afgeleide versie van de General Dynamics F-111A jachtbommenwerper, aangeduid als F-111B, de geplande taak gaan vervullen. Aan alle kanten liep het met de ontwikkeling door Grumman van de B-versie mis. Hoewel de inbreng van de specialist in het bouwen van marinejagers er alles aan deed om de noodzakelijke veranderingen zo gering mogelijk te houden, lukte dat niet zonder gewichtstoename. Trouwens, zonder de noodzakelijke specifieke maritieme aanpassingen was de F-111 achterafgezien toch eigenlijk al te zwaar uitgevallen om nog veilig vanaf vliegdekschepen te kunnen opereren. Maar de grootste handicap bleek de te korte neus te zijn, omdat die de inbouw van het radarsysteem met een groot detectiebereik (200 km) in de weg stond. Kortom, de F-111B (waarvan zeven gebouwd) bleek een fiasco en verdween daarom in april 1968 van het toneel.

Na dit debâcle -het idee om één type zowel voor de luchtmacht als voor de marine te bouwen- kreeg Grumman’s eigenvoorstel om een geheel nieuwe tweepersoonsjager te ontwikkelen de instemming van het Pentagon, dit was op 15 januari 1969. Het nieuw te bouwen toestel kreeg de aanduiding F-14 en spoedig daarna een naam waarin traditiegetrouw een kat voorkwam, in dit geval Tomcat. In totaal voorzag het contract in eerste instantie in de bouw van twaalf prototypes, waarvan nummer één al op 21 december 1970 in zijn element werd gebracht. De Tomcat werd speciaal ontwikkeld om de dreiging van de potentiële maritieme vijand het hoofd te kunnen bieden. Hierbij moet men denken aan de Russische lange afstandsbommenwerpers van het type Backfire, Badger, Bear, Bison en later ook de Blackjack. Na verloop van tijd zou dit rijtje nog worden aangevuld met de nieuwe generatie lange-afstand jagers; Flanker, Fulcrum en Foxhound, die onder meer bestemd zijn om de bommenwerpers te beschermen bij hun missie. Het was en is, nu weliswaar in mindere mate, een zaak van leven of dood dat de Tomcat in een zeer vroeg stadium en ver van eigen vlooteskaders vandaan, de tegenstander kon opvangen voordat die dood en verderf zou kunnen zaaien. Dit houdt automatisch in dat de Tomcat vooral over een aanzienlijk gevechtsbereik moest beschikken en voorts over een zeer krachtige radar om het luchtruim af te speuren op naderend gevaar. Aan beide voowaarden voldoet de Tomcat ruimschootsen dat verklaart ook het relatief hoge lege gewicht van ruim achttien ton. Het operationele startgewicht -dus inclusief bewapening- bedraagt ruim 32 ton, terwijl maximaal nog met 34 ton mag worden gestart. Deze grootheden geven een aardige indruk wat voor een “bakbeest” de Tomcat is. En toch doet dit geheel niets af aan zijn prestaties. Dankzij twee zeer krachtige motoren behoren snelheden op grote hoogte van bijna twee en een half maal het geluid niet tot de onmogelijkheden.

Bovenstaande eigenschappen van de Tomcat hebben ervoor gezorgd dat het toestel tot nu toe het grootste en zwaarste jachtvliegtuig is, dat vanaf vliegdekschepen opereert. Het heeft de constructeurs de nodige hoofdbrekens gekost om de naderingssnelheid binnen aanvaardbare grenzen te houden. Wat men hiervoor eigenlijk nodig had, was de toepassing van een grote vleugel, maar die levert tijdens het overgrote deel van de vlucht veel te veel weerstand op, zodat men daar van af zag. Een betere, meer gecompliceerde en duurdere oplossing was om de vleugel met verstelbare buitenpanelen uit te rusten, iets wat trouwens voor het eerst voor operationeel gebruik werd ingevoerd bij de F-111 modellen. Dankzij de nieuwe vleugelconstructie kan men de snelheid waarop men op het dek aanvliegt -de buitenpanelen van de vleugel staan dan in gespreide stand- terugbrengen tot ruim 230 km/u. Dit is trouwens nog knap snel, want wie wel eens zo’n landing heeft gezien zal moeten toegeven, dat één en ander meer weg heeft van het in werking laten treden van de wet op de zwaartekracht dan van een ordentelijke landing. Door de instroductie van de verstelbare vleugel kunnen door één type toestel toch de sterk uiteenlopende opdrachten op de meest efficiënte wijze worden uitgevoerd. Zo kan de Tomcat bijvoorbeeld op een hoogte van meer dan achttien kilometer intercepties uitvoeren, terwijl hij daarnaast evengoed kan worden ingezet voor verkenningsvluchten waarbij op geringe hoogte en bij een relatief lage subsone snelheid wordt gevlogen. In het eerste geval zullen de beide buitenpanelen van de vleugel geheel naar achteren worden gedraaid waar ze met de horizontale staartvlakken een deltavleugel vormen. In die stand, te weten 68 graden achterwaarts gericht, bereiken de rolroeren van de vleugel geen optimaal effect meer en daarom doen de horizontale staartvlakken in dat geval -naast hoogteroer functies- ook dienst als rolroeren. Overigens wordt tijdens de vlucht de stand van de vleugelpanelen automatisch geregeld door een computersysteem, dat wordt gevoed met gegevens over snelheid en hoogte. Natuurlijk bestaat er ook de mogelijkheid tot hanfmatige regeling.

Bij het starten, landen en langzaam vliegen worden de panelen in de meest gespreide stand gebracht, waardoor de pijlstand slechts twintig graden bedraagt. Nog meer lift wordt verkregen door de flaps aan de vleugelachterkant uit te selecteren in combinatie met uitgedraaide neuskleppen. Meestal worden deze technische hulpmiddelen gebruikt bij luchtschermutselingen of tijdens het manoeuvreren bij geringe vliegsnelheden, bijvoorbeeld het aanvliegen van het vliegdek. Naast de indrukwekkende rechthoekige en ver uit elkaar geplaatste motorinlaten, die kaarsrecht naar achteren lopen en zodoende luchtstroom zonder extra weerstand naar de motoren leiden, vallen ook de beide relatief grote verticale en enigzins buitenwaarts gekantelde staartvlakken op. Hun positie en stand is zodanig gekozen dat zij geen last hebben van wervelingen, die worden opgewekt door de bovenkanten van de rechthoekige motorinlaten tijdens grote stijghoeken. Uit praktische overwegingen heeft men ze dubbel uitgevoerd, omdat anders, ten einde de nodige stabiliteit te verkrijgen, een enkel kielvlak veel groter had moeten zijn. Normaal gesproken zou dat geen ramp zijn (denk hierbij aan de Tornado), ware het niet dat de onderdekse hangaars op vliegdekschepen niet zo ruim zijn. Met andere woorden: een enkel kielvlak zou dan scharnierend moeten werken, omdat het dan zou moeten kunnen “neerklappen” om in de vliegdekhangaars te kunnen. Het “kantoor” van de Tomcat wordt door een tweekoppige crew bemand: en vlieger en een RIO (Radar Intercept Officer). De reden voor een tweekoppige crew is simpel; het vliegen van een met electronica/avionica volgepropte jager is “verrekte lastig”. Dit komt omdat de vlieger naast het volgen, identificeren en onschadelijk maken van vijandelijke vliegtuigen zich ook moet bezighouden met het nemen van elektronische tegenmaatregelen. Wanneer de vlieger nu in een gevechtshandeling belandt, kan hij zich volledig concentreren op de optimale uitgangspositie voor het lanceren van zijn wapens, terwijl de RIO zich kan buigen over elektronische- en zowel wapensystemen, tactische informatie etcetera. Het is dan ook verklaarbaar dat vliegers graag met de Tomcat vliegen en vol lof zijn over zijn uitzonderlijke vliegkwaliteiten en -systemen.

Ook het vuurleidingssysteem van de Tomcat is bijzonder goed. De “vuist” wordt gevormd door Phoenix radargeleide projectielen. Die geven de Tomcat als het ware verlengde klauwen, omdat zij in tegenstelling tot de overige wapens doelen op middellange en lange afstanden (160 km) weten uit te schakelen. Maximaal kunnen zes Phoenix raketten worden meegenomen: vier onder de romp en twee onder de vaste vleugelgedeeltes. In deze configuratie is de Tomcat speciaal bedoeld om vijanden, op een zo groot mogelijke afstand van eigen schepen, uit te schakelen. Door deze eigenschap wordt de inmiddels meer dan twintig jaar in dienst zijnde Tomcat nog steeds niet door een ander type jager buiten de Verenigde Staten overtroffen of zelfs maar geëvenaard (al komt de nieuwe Super Hornet aardig dichtbij). natuurlijk beschikt de Tomcat ook over de allerdaagse raketten, zoals die door de doorsnee jager worden meegevoerd. Dat is op de eerste plaats de AIM-7 Sparrow, dat ook een radargeleid wapen is, maar bestemd voor de middellange afstand (50 km). Daarnaast behoort tot zijn wapenarsenaal tevens de AIM-9 Sidewinder, een infraroodgeleide raket voor het werk op korte afstand (20 km). Tenslotte is er aan de bakboordkant nog een 20 mm boordkanon ingebouwd, voorzien van 675 granaten.

Als vlootverdedigingsjager heeft de Tomcat tijdens de Golfoorlog nauwelijks een rol van betekenis kunnen spelen, omdat de U.S. Navy vloot geen moment bedreigd is gewwest. Ook was de F-14 maar zelden bij gevechtsacties betrokken, zodat hij zijn superieure kwaliteiten in dat conflict nauwelijks heeft kunnen bewijzen. Dat bewijs zou mogelijk tijdens de zesjarige oorlog tussen Irak en Iran moeten zijn geleverd, want zoals bekend heeft Iran tijdens het bewind van de Sjah tachtig Tomcats aangeschaft. Op dit moment zijn die nauwelijks nog luchtwaardig omdat Amerika al sinds jaren geen reserve-onderdelen meer levert. De oorzaak hiervan is dat Iran “top secret” informatie hoogstwaarschijnlijk heeft doorgespeeld.

De Amerikanen zelf beschikken over een kleine zeshonderd Tomcats, waarvan verreweg de meeste van de A-versie. Via een aantal interimuitvoeringen, waarvan kleine series de operationele status hebben bereikt, kwam men tot de F-14D Super Tomcat. Deze variant is voorzien van een groot aantal systeem-verbeteringen, alsmede krachtigere motoren. Naast 37 gloednieuwe Super Tomcats worden door Grumman via een moderniseringsprogamma een aantal F-14A’s op de laatste standaard gebracht, want de productie van nieuwe toestellen is al enige tijd gestopt. Naast zijn taak als interceptor zijn er ook 49 toestellen speciaal geschikt gemaakt voor luchtverkenningen. Voor deze taak wordt midden onder de romp een gondel meegevoerd, die voorzien is van drie camera’s, te weten een infraroodcamera en twee daglichtcamera’s. Men speelt met de gedachte een aantal Tomcats geschikt te maken voor het meevoeren van bommen. Er zou sprake zijn van de ontwikkeling van een gloednieuwe marinejachtbommenwerper (A/FX-project). Het laat zich echter aanzien dat deze variant niet op tijd beschikbaar komt, zodat er op een gegeven moment binnen de marine een tekort aan jachtbommenwerpers kan ontstaan. De nieuwe variant van de F-14 wordt binnen het Pentagon “Bomcat” genoemd, waaruit mag worden afgeleid dat men het project toch in overweging neemt en waardoor de F-14 Tomcat nog lange tijd in het luchtruim te bewonderen zal zijn!!


(Foto: F14B, 163227/AB-103 op Leeuwarden, 6 oktober 1999 door Marcel Kömmelt)

Gebruikers F-14 Tomcat

Ik heb het eigenlijk bij de geschiedenis al vermeld: Amerika en Iran (allen stored).

Technische gegevens F-14 Tomcat

Spanwijdte: Spanwijdte niet ingezwenkt 19,60 m, spanwijdte ingezwenkt 11,70 m.
Lengte: 19,10 m.
Hoogte: ?
Max. gewicht: 31.945 kg. Leeg 18.036 kg.
Motoren: Twee Pratt & Whitney TF30-P312A turbofans van 94,05 kN met naverbrander.
Lading: ?
Bewapening: Maximaal 2913 kg extern gemonteerde projectielen, met name 6 AIM-554 Phoenix en 2 AIM-9 Sidewinders plus een zesloops General Electric M61 Vulcan 20 mm-kanon.
Max. snelheid: 2498 km/u. Mach 2,35 op 11.276 m.
Plafond: 18.300+ m.
Combat radius: 1232 km (een zeer grote radius dus).

Herkenningskenmerken F-14 Tomcat

Vleugel: Hoogdekker, “swing-wing”, aangetrokken vleugels uitsluitend tegen het stabilo en wel “hap” tussen einde van vleugel en einde van het stabilo.
Kielvlak: Twee, trapeziumvormige stand.
Stabilo: Pijlstand, tips zijn schuin afgesneden.
Romp: Radarneus, brede romp met schuin afgesneden, rechthoekige luchtinlaten.
Motoren: Twee, nièt tegen elkaar geplaatst.

Reacties zijn gesloten.