profiel_f15a

McDonnell Douglas F-15 Eagle

De F-15 Eagle van McDonnell Douglas vormde nog tot het begin van 1994 een regelmatige verschijning in ons luchtruim. Vooral inwoners rond de basis Soesterberg kunnen daarover meepraten. Immers, sinds 1978 opereerden de Amerikanen vanaf dat vliegveld met deze zeer moderne en superieure jager. Dat ik niet overdrijf blijkt uit de resultaten van het Golfconflict. Van de in totaal 35 Iraakse jagers, die tijdens luchtgevechten naar beneden werden gehaald, nam de Eagle er 33 voor zijn rekening. Desondanks is de Eagle toch slechts bij drie niet-Amerikaanse luchtstrijdkrachten aan te treffen, namelijk bij die van Israël, Japan en Saoedi-Arabië. Alleen deze landen kunnen zich kennelijk de weelde veroorloven om gigantische bedragen neer te tellen voor de aanschaf van deze “Cadillac” onder de jagers.

(F15A, 76-0031/SL van het 110th FSGemaakt op Karup door Dennis Jansen op 15 september 1999) (F15A, 76-0031/SL van het 110th FSGemaakt op Karup door Dennis Jansen op 15 september 1999)

Deze aflevering bespreken we de F-15 Eagle in Profiel. De Eagle is één van de modernste gevechtsvliegtuigen van het westen. De kist is in eerste instantie ontworpen als luchtoverwichtjager, uitgerust met een zesloops 20 mm roterend M-61 Vulkan kanon en lucht-luchtraketten voor de korte en middellange afstand. De F-15 behoort tot de meest geavanceerde gevechtsvliegtuigen met een voor de vlieger uitstekend zicht naar alle kanten.

Geschiedenis F-15 Eagle

Inleiding

Aan de hand van Vietnam-ervaringen kwamen de Amerikanen tot de conclusie dat de opvolger van F-4 Phantom II niet alleen veel wendbaarder zou moeten zijn, maar dat ook de betrouwbaarheid van de elektronica en de bewapening drastisch zou moeten worden verbeterd. Daarnaast diende hij -intussen FX (Fighter eXperimental) jager genoemd- minstens twee keer zo korte bochten te kunnen draaien, een stuwkracht/gewicht-verhouding van minimaal 1:1 te bezitten, voorts op grote hoogte (18 km) Mach 2.5 te kunnen halen en op zeeniveau sneller dan het geluid te kunnen vliegen. Aan deze voorwaarden moest minstens worden voldaan omdat de geleerden van het Pentagon meende, dat de toenmalige Sovjet Unie over iets gelijkwaardigs of zelfs iets beters beschikte. De FX jager was het antwoord op die dreiging, die op een gegeven moment bekend werd als MiG-25 Foxbat. Jaren later bleek de Foxbat echter helemaal niet zo geavanceerd te zijn.

Recordjager

In 1969 won McDonnell Douglas de competitie met haar tweemotorige ontwerp. Vanaf dat moment werd het aangeduid met F-15, een groot duur toestel: 30 miljoen dollar per stuk. Het contract voorzag tevens in de productie van een kleine voorversie, twintig in getal. Daarvan maakten achttien F-15 éénzitters en twee -toen nog aangeduid met TF-15- F-15B trainers uit. Ruim twee jaar later, om precies te zijn op 27 juli 1972, onderging het eerste exemplaar zijn luchtdoop. De falachtige prestaties kwamen tijdens het testprogramma aan het licht. Zo waren de Phantom II, de Skyhawk en de Tiger II jagers tijdens luchtgevechten volkomen kansloos. En dan te bedenken, dat men hier met een recht-toe-recht-aan jager van doen heeft, die van allerlei technische snufjes verschoond is gebleven. Zo zal men tevergeefs naar een verstelbare vleugel, spoilers en kleppen langs de vleugelvoorkant zoeken. Nee, daarvoor in de plaats hebben de constructeurs hun heil gezocht in een zo groot mogelijk vleugeloppervlak in combinatie met ver naar achteren gepositioneerde horizontale staartvlakken voor het verkrijgen van optimale wendbaarheid. Doordat de twee motoren meer kilogrammen stuwdruk leveren dan de F-15 weegt, zijn gevechtsmanoeuvres uit te voeren zonder dat daarbij verlies van snelheid of hoogte gedurende het overgrote deel van het vluchtpatroon optreedt. Voor wat betreft de hoogte is het in dit verband wel gaaf om even te noemen dat een F-15 op 1 februari 1975 maar “effe” acht wereld-klim-records verbeterde. Met de F-15E kan men zelfs binnen een minuut naar een hoogte van twaalfduizend meter klimmen.


(Deze F15c werd gemaakt door Dennis Jansen tijdens een TLP op Florennes. Het is de 86-01180/LN van het 493FS/48 FW ‘48OG’)

Wapens

Op het eerste gezicht doet de F-15, constructief gezien, erg orthodox aan, waarbij het lijkt alsof de voortschrijdende techiniek geheel aan hem voorbij is gegaan. Dit mag tot op zekere hoogte het geval zijn, maar bepaald niet voor de diverse systemen. Integendeel, door de toepassing van een hypermodern vlieginstrumentarium (beeldbuizen), moderne vuurleidingsradar, ver doorgevoerde automatisering van navigatie- en wapensystemen is dit één van de meest gevreesde gevechtsvliegtuigen ter wereld. Want met zijn zeer geavanceerde Hughes multi-mode pulse-doppler radarsysteem, kunnen doelen tot op een afstand van 150 km worden opgespoord. Zowel indringers, die op grote hoogte met hoge snelheden voortrazen als vijanden, die laag vliegen tegen een achtergrond met veel radarreflecties, blijven niet onopgemerkt. En juist is dat immers een zaak van leven of dood, omdat men onder alle omstandigheden de tegenstander(s) het eerst moet zien. Mocht eenmaal iets ontdekt worden, dan krijgt de vlieger automatisch via het zogenaamde “head-up-display”-systeem (HUD) alle noodzakelijke informatie die nodig is om het geselecteerde wapen af te vuren, vóór zich op het scherm geprojecteerd. Hiervoor staan in eerste instantie vier hitte-zoekende (infrarood) AIM-9 Sidewinders ter beschikking. Voor het werk op wat langere afstand kan een beroep worden gedaan op radargeleide projectielen van het type AIM-7 Sparrow, waarvan er vier kunnen worden meegenomen. Daarnaast kan de F-15 ook acht zeer moderne en extra krachtige AMRAAM raketten meevoeren. Voor het werk op korte afstand is de F-15 vlieger aangewezen op zijn zes-loops snel roterende 20 mm kanon, voorzien van 960 granaten.

Versies

Met mondjesmaat werden de eerste F-15 jagers in november 1974 aan de Amerikaanse luchtmacht overgedragen. Het betrof hier een F-15B trainer, waarvan er in de loop der jaren nog 58 exemplaren zou volgen. De eerste F-15A eenzitter, van de in totaal 365 geproduceerde exemplaren, bereikte in de loop van 1975 de operationele status. In het begin van zijn carrière kampte de Eagle nogal met motorproblemen. Enerzijds leverden de zwakke compressorbladen de motorfabrikant de nodige problemen en vertragingen op, terwijl anderzijds de afterburner ook niet altijd naar behoren functioneerde. Het wilde nogal eens gebeuren, dat de ingespoten brandstof niet direct tot ontbranding kwam, maar dit pas achter de uitlaat gebeurde. Hierdoor ontstond een schokgolf die tot gevolg had dat de motor een “flame-out” kreeg. Na de productie van bovengenoemde modellen verschenen er op een gegeven moment twee sterk verbeterde versies, aangeduid met F-15C/D. Vanaf medio 1980 werd met de aflevering daarvan begonnen. In vergelijking met het basismodel had men zich er op toegelegd het vliegbereik te vergroten. Zo is de loze ruimte rondom de vleugelmiddenkast benut voor het onderbrengen van extra brandstoftanks en bovendien verschenen er aan weerskanten van de romp zogenaamde Conformal Fuel tanks. Deze CFT’s zijn binnen een kwartier te (de)monteren. Het grote voordeel van dit ingenieuze concept in vergelijking met droptanks is, dat de CFT’s nagenoeg geen extra weerstand opleveren. Verder bezitten de -C en -D modellen een verbeterde radar, krachtigere motoren, een waarschuwingssysteem tegen overbelasting, etc. Kortom, met de F-15C./D bezat de U.S. Air Force in die dagen één van de beste gevechtsvliegtuigen, op dat moment beschikbaar.

Export

Zoals eerder opgemerkt vindt de F-15 maar moeizaam zijn weg naar buitenlandse afnemers. Een kassucces zoals zijn voorganger, de F-4 Phantom II, zal de Eagle gezien zijn hoge prijs daarom wel nooit worden. Hoe dan ook, Israël was de eerste buitenlandse klant, die in 1976 de beschikking kreeg over deze super jager. Over het beschikbare aantal circuleren verschillende geruchten, maar algemeen wordt aangenomen dat dit rond de 80 stuks ligt, verdeeld over F-15A/B/C/D versies. Japan was het tweede land dat zich deze waardevolle luchtverdedigingsjager aanschafte. De eerste in Amerika geproduceerde exemplaren werden halverwege 1980 aan de Japanse luchtmacht overgedragen. Deze kisten staan te boek als F-15J één- en F-15DJ tweezitter. Behalve de veertien door McDonnell Douglas geleverde exemplaren is Japan in het bezit van 198 toestellen, die door Mitsubishi in licentie zijn vervaardigd. Saoedi-Arabië sluit de rij van Eagle gebruikers. Dit koninkrijk kan zich financieel de aanschaf van dit peperdure toestel permitteren, hoewel de gouden tijden ook hier voorbij schijnen te zijn. De Saoedi’s vliegen al vanaf 1981 met 46 F-15C en 16 F-15D jagers en hebben desondanks in 1993 nog eens een aanvullende order voor 72 stuks geplaatst. Het gaat hier om een geheel nieuwe variant, te weten de F-15S, die speciaal is bedoeld voor het uitvoeren van aanvallen op gronddoelen. Dankzij deze opdracht en een latere vervolgorder van de F-15I door de Israëlieten, blijft de productielijn van de Eagle tot in de jaren 2000 open.

(Nogmaals een F15C van Lakenheath en wederom gemaakt door Dennis Jansen. Het betreft hier de 86-0160/LN van het 493 FS. Ook deze foto is gemaakt op Karup)

Jachtbommenwerper

Ruim tien jaar na de eerste vlucht begon de U.S. Air Force zich te oriënteren op een nieuwe lange-afstands jachtbommenwerper. Even heeft het er naar uitgezien, dat de Panavia Tornado IDS (die in de vorige aflevering van Profiel werd behandeld) daarvoor een goede kandidaat zou blijken te zijn, maar politiek gezien was dit niet verkoopbaar. Daarom ging men zich toch maar op de thuismarkt concentreren, hetgeen uiteindelijk in een competitie resulteerde tussen de F-15E Strike Eagle en de F-16XL. Op 24 februari 1984 maakte de U.S. Air Force bekend, dat zij voor de Strike Eagle had gekozen. Qua vorm is de jongste telg van de Eagle-familie niet te onderscheiden van de oudere tweezits F-15B/D. Wel is er inwendig heel wat aan het basisontwerp gesleuteld, ten einde hem optimaal inzetbaar te maken voor het beoogde doel: het meevoeren van een zo groot mogelijke wapenlast. Maar liefst 60% van de constructie werd daarvoor versterkt. Een opmerkelijk gegeven hierbij is dat een en ander geen afbreuk doet aan zijn prestaties, integendeel, er kan zelfs met de maximale last van elf ton(!) worden geland! Naast talrijke constructieve veranderingen is er ook een groot aantal systeem-technische wijzigingen doorgevoerd; het toestel is dan ook met de meest denkbare apparatuur uitgerust. Hierbij denken we aan de toepassing van de zeer unieke LANTIRN nachtzichtapparatuur. LANTIRN staat voor “Low Altitude and Targeting Infrared system for Night” en bestaat uit twee pods, één voor navigatie en één voor doelaanwijzing. Dit gecombineerde systeem stelt de F-15E in staat nagenoeg zonder andere navigatiemiddelen (radar) zijn missie met zeer nauwe precisie uit te voeren, ook ‘s nachts en onder minder ideale weersomstandigheden. Oorspronkelijk was de U.S. Air Force van plan om 392 Strikers af te nemen, maar gezien de hoge aanschafprijs van ruim 35 miljoen dollar per stuk, heeft de luchtmacht dit aantal teruggebracht tot 209 exemplaren. Vanaf 1988 is de Strike Eagle bij de U.S. Air Force in dienst.

Vuurdoop

We kunnen er tot slot toch niet omheen om even stil te staan bij het aandeel dat de Eagle in de Golfoorlog heeft gehad. In eerste instantie werden daar 120 Amerikaanse toestellen van het type F-15C ingezet, aangevuld met Saoedische F-15 jagers. Men vreesde dat vliegtuigen van dit type qua onderhoud veel te complex waren om de oorlogsdruk te kunnen weerstaan. Merkwaardig genoeg bleek het tegenovergestelde waar te zijn. Zo ging de inzetbaarheid van 85% in vredestijd naar een gemiddelde van 95,5% tijdens de oorlog. Mede hierdoor konden meer missies worden gevlogen dan aanvankelijk waren geraamd. Dankzij hun aandeel werd het absolute luchtoverwicht in korte tijd bereikt. Irak gooide nu een ander middel in de strijd, het ‘s nachts afvuren van Scud-raketten. Voor het lokaliseren en vernietigen van deze (mobiele) lanceerinrichtingen werden in allerijl 48 F-15E Strike Eagles naar de Golf (voor operatie Desert Storm) gestuurd. Met hun enorme wapenlast, bestaande uit “domme” en “slimme” bommen, werden heel wat lanceerinstallaties in puin gegooid. Gedurende de strijd werden door 48 toestellen meer dan 2.200 vluchten uitgevoerd, waarbij zij ruim vijf miljoen kilo bommen afwierpen. Tijdens hun vuurdoop zijn slechts twee -sommige berichten spreken over drie- Strike Eagles verloren gegaan!

Gebruikers F-15 Eagle

De gebruikers van de F-15 Eagle zijn, in willekeurige volgorde: USA, Japan, Israël (F-15I Thunder) en Saoedi-Arabië.

Technische gegevens F-15 Eagle

Spanwijdte: 13,50 m. Lengte: 19,43 m. Hoogte: 5,63 m. Max. gewicht: 30.845 kg. Motor(en): Twee Pratt & Whitney F-100 turbofans met elk 11.340 kg stuwdruk. Lading: 7.257 kg. (F-15E: 11.115 kg.) Bewapening: Eén 20 mm zesloops M-61A1 Vulcan kanon. AIM-7 Sparrow, AIM-9 Sidewinder en AIM-120 Amraam. F-15E: M-61A1 kanon, AIM-9 Sidewinder, AIM-7 Sparrow, AIM-120 Amraam, GBU-10, GBU-12, GBU-24, LGB, conventionele bommen, cluster minutie, B51 en B61 nucleaire bommen, AGM-88 HARM en AGM-65 ASM. Max. snelheid: Mach 2.5+ Plafond: 18.300 m. Combat radius: 1.270 km.

Herkenningskenmerken F-15 Eagle

Vleugel: Schouderdekker, ver naar achteren geplaatst, pijlstand met knik in de achterrand, schuin afgesneden tips. Kielvlak: Twee rechtopstaande, trapeziumvormig twee buisvormige staafjes op de tips. Stabilo: Pijlstand, steken achter de uitlaten uit, zaagtand in de voorrand, tips schuin afgesneden. Romp: Radarneus, druppelcockpit, vloeiende lijnen, brede romp met schuin afgesneden rechthoekige luchtinlaten. Motor(en): Twee, tegen elkaar geplaatst.

Reacties zijn gesloten.